Hoopvol de weg versperren
Daar staat hij weer. Een kleine jongen van misschien net 6 jaar, de handen vol met herfstblaadjes. Klaar om ze op me te gooien, zodra ik dichterbij kom. En zo meteen moet ik wel langs hem heen, de poort door, het plein af. Ik ken hem niet eens zo goed. Ik kom nu zelfs niet op zijn naam, hoewel ik die weleens gehoord heb. Ik zie hem soms op het schoolplein, waar ik kinderen ophaal. Hij zit daar op de buitenschoolse opvang. Het begon allemaal met die ene keer, dat hij voor de poort ging staan en me er niet door wilde laten. Zijn ogen glommen van pret. 'Je mag niet weg,' zei hij. Een spelletje ontstond, waarbij ik langs hem heen probeerde te glippen, zoals een voetballer die zijn weg zoekt op het veld, of een dribbelende basketballer. Ik wist weg te komen. Hij bleef achter. Nog vele malen stond hij daar, bij het hek, klaar om mij de weg te versperren. En nu het herfst geworden is, zag ik hem alweer naar me wijzen vanuit de verte, en lachen met andere jongens, een hoofd vol voorpret. En ja